Pensioen voor uw (ex)partner en kinderen

Pensioen voor uw (ex)partner en kinderen

Ook in het nieuwe pensioen is er inkomen voor uw partner en kinderen als u overlijdt. Dit werkt wel anders dan nu. Als u bij Gasunie werkt, bouwt u straks niet meer elk jaar een deel van het partner- en wezenpensioen op. Dit is straks verzekerd met een risicoverzekering.

Ook als u niet meer voor Gasunie of GasTerra werkt of al met pensioen bent, verandert er op een aantal punten iets. Hieronder leest u hoe het pensioen voor uw (ex)partner en kinderen is geregeld in verschillende situaties.

Als u overlijdt terwijl u voor Gasunie werkt:

  • krijgt uw partner een pensioen zolang uw partner leeft. Dit is 28% van het salaris dat meetelt voor uw pensioen.
  • krijgt uw partner daarnaast elk jaar € 8.000 (prijspeil 2024), totdat uw partner zelf AOW gaat ontvangen. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd). Vanaf 1 januari 2027 geldt het bedrag dat op dat moment wordt vastgesteld.
  • krijgen uw kinderen een wezenpensioen. Dit is 10% van het salaris dat meetelt voor uw pensioen. Zij krijgen dit totdat zij 25 jaar zijn. Voor volle wezen verdubbelt het wezenpensioen. Voor het wezenpensioen dat voor 1 januari 2027 is ingegaan of opgebouwd, geldt een overgangsregeling. Dit pensioen kan voor uw kind doorlopen tot 27 jaar als uw kind studeert, een beroepsopleiding volgt of arbeidsongeschikt is volgens de Wajong. Wij vragen dit aan uw kind voordat uw kind 25 jaar wordt.

Het partner- en wezenpensioen dat u tot en met 31 december 2026 opbouwde, verhuist ook mee naar het nieuwe pensioen. Dit wordt onderdeel van uw deel van het totale pensioenvermogen. Bij uw overlijden wordt dit pensioen ook aan uw partner en kinderen uitgekeerd. Het fonds keert dit uit boven op de uitkering uit de risicoverzekering van het nieuwe pensioen. Dit bedrag per maand voor uw nabestaanden is een variabele uitkering, die kan stijgen en dalen, net als bij de gepensioneerden.

Als u niet meer voor Gasunie werkt en overlijdt

Werkt u na de overgang naar het nieuwe pensioen niet meer voor Gasunie en heeft u nog wel pensioen bij ons staan?

Het partner- en wezenpensioen dat u tot en met 31 december 2026 opbouwt, verhuist mee naar uw deel van het totale pensioenvermogen. Als u overlijdt, krijgen uw partner en kinderen dit partner- en wezenpensioen uitgekeerd in een variabele uitkering. Deze kan stijgen en dalen, net zoals de uitkering van de gepensioneerden.

Als u uit dienst gaat, loopt de risicodekking voor het partner- en wezenpensioen niet altijd automatisch door. Gaat u ergens anders werken, dan stopt deze dekking. In sommige andere situaties loopt de dekking nog tijdelijk door, bijvoorbeeld als u een WW- of Ziektewetuitkering krijgt. Krijgt u geen uitkering en heeft u geen ander werk? Dan loopt de dekking nog 6 maanden door nadat u uit dienst bent gegaan. Daarna kunt u ervoor kiezen om de risicodekking vrijwillig voort te zetten. Dat kan alleen als uw pensioenvermogen hoog genoeg blijft. U betaalt de premie dan zelf uit uw pensioenvermogen. Daardoor wordt uw pensioen voor uzelf lager.

Als u met pensioen gaat en daarna overlijdt

Als u met pensioen gaat, dan zet het fonds uw deel van het totale pensioenvermogen om in een pensioen dat u maandelijks krijgt. Het partnerpensioen is hier standaard 70% van. U kunt, net als nu, op het moment dat u met pensioen gaat ervoor kiezen om (een deel van) het partnerpensioen om te ruilen voor meer pensioen voor uzelf. Of andersom. De uitkering voor uw partner na uw overlijden is ook variabel en kan stijgen en dalen, net als uw eigen pensioenuitkering. Als u geen partner heeft als u met pensioen gaat, is er geen partnerpensioen nodig. Uw ouderdomspensioen wordt dan automatisch iets hoger.

Als u al met pensioen bent en overlijdt

Het partnerpensioen dat nu bij uw eigen pensioen hoort, gaat mee naar het nieuwe pensioen. Het partnerpensioen is standaard 70% van uw eigen pensioen. Als u er bij uw pensionering voor gekozen hebt om (een deel van) uw partnerpensioen in te ruilen voor meer ouderdomspensioen of andersom, dan blijft deze verhouding gelden. De uitkering voor uw partner (en kinderen tot 25 jaar) na uw overlijden wordt variabel, dus deze kan stijgen en dalen, net als uw eigen pensioenuitkering.

Eenmalige uitkering vervalt

Overlijdt u vóór 1 januari 2027? Dan krijgt uw partner naast het levenslange partnerpensioen één keer een extra bedrag. Dit bedrag is twee keer het pensioen dat u per maand voor uzelf krijgt. Dit geldt alleen als u op dat moment al pensioen van ons ontvangt. Dat kan ook een arbeidsongeschiktheidspensioen zijn. Na de overgang naar het nieuwe pensioen kan het pensioenfonds deze eenmalige uitkering niet meer uitvoeren. Op pagina 17 en pagina 109/110 van het transitieplan van de sociale partners leest u meer over deze wijziging.

Wanneer is iemand uw partner?

In de huidige regeling kan uw partner partnerpensioen krijgen als u:

  • getrouwd bent, of
  • een geregistreerd partnerschap heeft, of
  • samenwoont en een notarieel samenlevingscontract heeft. Ook moet u uw partner bij ons hebben aangemeld.

In het nieuwe pensioen komt er één wettelijke definitie van partner. Daardoor kan iemand in het nieuwe pensioen soms eerder partner zijn dan nu.

Bent u getrouwd of heeft u een geregistreerd partnerschap? Dan is uw partner meestal automatisch bij ons bekend. Bent u in het buitenland getrouwd? Geef dit dan aan ons door.

Woont u samen zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap? Dan kan uw partner in het nieuwe pensioen vaker als partner worden gezien dan nu. Het gaat er dan om dat u samen een gezamenlijke huishouding heeft. Een notarieel samenlevingscontract is niet altijd meer nodig.

Het blijft belangrijk dat uw persoonlijke situatie bij ons bekend is. Verandert er iets, bijvoorbeeld omdat u gaat samenwonen, gaat scheiden of een nieuwe partner krijgt? Dan kan dat gevolgen hebben voor uw pensioen. Controleer daarom regelmatig of uw gegevens bij ons nog kloppen.

Logo Pensioenfonds Gasunie